Annet Kossen

Eind zeventiger jaren zochten Annet en haar man een huisje buiten. Het werd een klein wit huisje aan de Jodenweg in Vledderveen. Dat stond toen nog moederziel alleen tussen de weilanden. De Oosterslag werd pas veel later gebouwd.

De vier enorme iepen achter het huis bezweken tot hun grote spijt aan de iepenziekte. De later geplante bomen zijn Inmiddels even groot, het is een beetje of je in een bos woont.

In die periode verscheen haar eerste prentenboek, Alfred Jodocus Kwak. Herman van Veen, die ze via haar man, tekstschrijver Rob Chrispijn, leerde kennen, had haar gevraagd of ze niet iets voor kinderen wilde doen. Een oud sprookje werd aangepast, Annet maakte de illustraties en Van Veen schreef de liedjes. De rest is geschiedenis.

Annet Kossen interview met radio Drenthe, 12 februari 12:10 uur

In de negentiger jaren tekende en schreef ze drie stripboeken voor jonge kinderen, over Egel en Muis. Die verschenen bij Casterman, de uitgever van Kuifje, en werden ook vertaald. Samen met Rob Chrispijn, die de liedteksten schreef, maakten zij een serie afleveringen over Egel & Muis voor Sesamstraat. Frank Groothof vertelde het verhaal en zong de liedjes, Ieniemienie en Tommy gaven commentaar. Echt doodzonde dat daar in de archieven van de NOS niets van bewaard is gebleven.

Dankzij haar enthousiaste neef en vormgever Michel Jongeneel, die bezig is haar oude illustratiewerk om te werken tot video’s, merkt zij hoe leuk het is om die verhalen opnieuw tot leven te wekken.

Toen het bijzondere basisschooltje De Heidehoek (Vledderveen, red.) nog bestond, heeft ze daar heel veel jaren voorgelezen, aan alle drie de groepen. Er hing een blije, ongedwongen sfeer, het was een feest om kinderboeken uit haar bibliotheek met de kinderen te delen en te kijken wat hen aansprak. Ze maakten er echt geen geheim van als ze er niks aan vonden. “Heeft u niks anders juf?”, riepen ze dan.

Annet Kossen

Toen een van de meisjes haar vroeg of ze niet ook schilderles wilde geven, besloot Annet om thuis een schildersclubje op te richten. Eerst vier, maar al gauw waren het zeven meiden. Meer pasten er ook niet aan de lange tafel. Samen verzonnen ze de naam De club van de Zeven Penselen. Ze maakten bijzonder origineel werk en waren heel trots dat er zelfs een tentoonstelling kwam in de Tippe in Vledder en foto’s in de Steenwijker, Meppeler en Zwolse Courant. En Annet ook natuurlijk.

We stopten met het clubje toen ze eenmaal op de middelbare school zaten.

Omdat het zo leuk is om met kinderen te werken, kwam het goed uit dat ik op scholen met mijn handpoppen voorstellingen kon geven met de figuren uit mijn stripboeken. En eigenlijk doe ik nu weer hetzelfde door de verhalen opnieuw in te spreken en op video te zetten.