Na alle onderzoeken voor de MER Fase 1 en de IEA is een afwegingsnotitie opgesteld. Daarin is beschreven wat de voor- en nadelen zijn van de nog over gebleven locaties en welke reacties vanuit de omgeving zijn gegeven op de rapporten. Op basis van deze afweging is door de Staatssecretaris Mijnbouw, de heer Vijlbrief, de voorkeurslocatie gekozen. De voorkeurslocatie is variant 7.4, één van de varianten van locatie 7. (Zie onderstaand kaartje) Variant 7.4 heeft alles overwegend de kleinste effecten op de omgeving en biedt kansen voor enige verbetering van de verbinding tussen natuurterreinen.
Voor deze voorkeurslocatie is een voorbereidingsbesluit genomen. Op 28 december 2023 is hiervan kennisgeving gedaan in de Staatscourant.
Nu de voorkeurslocatie bekend is, worden in de volgende fase de effecten op de ondergrond, zoals bodemdaling, onderzocht (MER Fase 2). In deze fase wordt ook de voorkeurslocatie verder onderzocht en in detail uitgewerkt. De uitkomsten worden gebruikt ter voorbereiding van besluiten over de gaswinning, de ruimtelijke bestemming (het projectbesluit) en de vergunningen.
De komende periode vinden overleggen plaats met de overheden. Voorlopig zullen geen documenten ter inzage liggen. Wel start in overleg met de regionale overheden een gebiedsproces. In dit gebiedsproces zullen EZK en Vermilion u, omwonenden en maatschappelijke organisaties, betrekken en informeren.
Het ontwerp-projectbesluit en de ontwerpbesluiten (vergunningen) zullen waarschijnlijk eind 2024 samen met de MER Fase 2 ter inzage zullen liggen. Er is dan weer een informatieavond en iedereen kan dan een reactie (zienswijze) indienen. Daarna besluiten de bewindslieden van EZK en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) definitief over de vraag of de gaswinning door kan gaan of niet. De verwachting is dat het besluit hierover in de eerste helft van 2025 wordt genomen.
